In deze nieuwe rubriek deelt één van onze vri­jwilligers infor­matie over een spec­i­fieke plant in onze heemtuin.

Sneeuwk­lokje

De bloei van het Gewoon sneeuwk­lokje mar­keert voor velen de start van de voor­lente. Een teken dat de win­ter er weer bijna op zit, dat het groei­seizoen begonnen is en dat de lente in aan­tocht is.

Dat lieve blanke klokje, met zijn drie groene boog­jes en zijn goudgeel hartje, dat zoo sier­lijk in de lentewind kan wiege­len op de slanke, dunne sten­gel.’ Een prachtig citaat uit ‘Het Sneeuwk­lokje’. Het open­ingsver­haal van Eli Heimans in het eerste num­mer van het tijd­schrift De Lev­ende Natuur dat ver­scheen in maart 1896.

Het sneeuwk­lokje getek­end door Eli Heimans in 1896 (Bron: Eli Heimans 1896, De Lev­ende Natuur)

Naamgev­ing

De weten­schap­pelijke naam Galan­thus nivalis is afgeleid van de Griekse woor­den ‚gala’, dat melk betekent, en ‚anthos’, dat staat voor bloem; ‘nivalis’ (Latijn) betekent sneeuw.

Weet­jes over het sneeuwklokje

  • Er bestaan wel negen­tien soorten sneeuwk­lok­jes en er zijn meer dan vijfhon­derd cul­ti­vars bek­end, waar­van er (zeker) vijf soorten in de Heiman­shof voorkomen.
  • Sneeuwk­lok­jes zijn giftig. Zowel blad, bloem als bol zijn braakverwekkend.
  • Als een sneeuwk­lokje zich op een plek goed voelt, wordt een bol­letje al snel twee bol­let­jes en zo kan na ver­loop van tijd een mooi wit tapijt van tere bloemet­jes ontstaan.
  • In de natuur helpen mieren een handje bij het ver­sprei­den van sneeuwk­lok­jes. Aan het zaad zit een ‚mieren­broodje’: een wit, zoet uit­groeisel dat mieren graag aan hun lar­ven voeren.
  • Je kunt de pollen ook ver­meerderen door ze te delen.
  • Laat het loof na de bloei staan tot het afsterft. Het bol­letje haalt kracht uit het groen en zo heb je meer kans dat de bollen zich zullen hand­haven en vermeerderen.

Stinzen­plant

In ons land wordt het sneeuwk­lokje als een stinzen­plant omschreven. Een stinzen­plant is een soort die in ons land alleen voorkomt in sterk door de mens beïn­vloede milieus zoals tuinen bij land­goed­eren. Stins is een Fries woord, waarmee een ver­sterkte en van ste­nen gebouwde won­ing bedoeld wordt.

Tussen tien en twee

Ter afs­luit­ing nog een citaat van Heimans uit ‘Het Sneeuwk­lokje’: ‘Als ge het klokje goed wilt bek­ijken, moet ge er dus tuss­chen tien en twee bij zijn. Dan ziet ge wellicht metéén dat het sier­lijk bloem­pje, ook nog andere dan men­schen oogen trekt, dat er ook nog andere bloe­men­vrien­den zijn. Dan komen de bijen eens kijken; de bijen, die ook al door de zoete lente-​lucht uit de korf naar buiten zijn gelokt; zij felici­teeren op hun manier, met blij gegons, de mooie vroegeling met de lente en met de gelukkig doorstane win­ter; ze gaan er na de eerste ken­nis­mak­ing heel famil­i­air mee om.
(Heimans 1896)

Meer artike­len…