Halmverstikkers zijn schimmels die in het weefsel van grassen leven. Als het gras in bloei schiet, groeit de schimmel met de spriet omhoog. Net voordat de aar uitbot, ontstaat een stevig kokertje rond de aar, dofwit als de onderkant van veel buisjeszwammen. Dit is een vruchtlichaam, waarop later in het seizoen een laag oranjekleurige sporen wordt gevormd. In de Heimanshof is dit te zien op kweekdravik in het hakhoutbosje tegenover het hoogste duin. Het zichtbare symptoom is schadelijk voor de zaadproductie, maar deze schade wordt vaak gecompenseerd door betere groei onder allerlei moeilijke omstandigheden. Alles bij elkaar is het een gelukkig huwelijk. Mutualistisch.

Halmverstikkers zijn vaak honkvast. Ze kunnen zich slecht verspreiden naar naburige grassen. Daartegenover staat dat ze meeliften met ieder nieuw zaadje voor de plant. Met dat zaadje verspreiden ze zich ook over de hele aardbol. Zo gaat dat al miljoenen jaren.

Hoe belangrijk zijn de sporen? Die vraag is moeilijk in het algemeen te beantwoorden. Het antwoord is voor elke combinatie van soorten halmverstikker en gras anders zijn. Ook de bodemgesteldheid en het klimaat hebben invloed. Veel halmverstikkers krijgen bezoek van een gespecialiseerd vliegje van het geslacht Botanophila. Deze vliegjes eten het witte stroma en leggen er hun eitjes in. Ook hebben ze de gewoonte om even te poepen voordat ze verder vliegen. Aangezien zijn darmen al vol zitten met schimmelsporen, kan hij op deze manier de schimmel bevruchten. Ook een halmverstikker heeft dat nodig. Het is zeer waarschijnlijk dat de vliegjes ook een rol spelen bij de infectie van buurplanten, maar de onderzoekers zijn het onderling nog niet eens over het belang hiervan. En dat is maar goed ook, want anders zouden ze een ander onderwerp moeten verzinnen. Als je je hier eenmaal in hebt verdiept, wil je niets anders meer.

Meer van 'Onder de Loep'

Oudere artikelen van 'Onder de Loep'